“Begin vroeg genoeg met pensioensparen”
Professor Pierre Devolder, specialist pensioenen aan de UCL, raadt aan om bij voorkeur rond ons 30ste te beginnen met pensioensparen. We vragen hem de oren van het lijf.
Wat weet de gewone burger over zijn pensioen?
Pierre Devolder: “Het is duidelijk dat de gewone burger zich steeds meer bewust is van de pensioenproblematiek. De politici beginnen eindelijk te beseffen voor welke uitdagingen we staan. De verschillende partijen verkondigen regelmatig dat de pensioenproblematiek een van de grootste uitdagingen van de volgende jaren is. Ook in de media komt de kwestie geregeld aan bod. Buurlanden zoals Frankrijk, Nederland of Groot-Brittannië zijn hun systeem aan het veranderen of staan op het punt dat te doen. Het is dus moeilijk om er helemaal niets van af te weten. Maar de materie is zo complex en ondoorzichtig, dat heel wat mensen er zich gewoon blijken bij neer te leggen. Weinig mensen doen de moeite om 40 tot 50 jaar verder te kijken. Als het op het pensioen aankomt, moet u nochtans vroeg beginnen. Bij voorkeur rond de leeftijd van 30 of 35 jaar, of zelfs nog vroeger.”
Wat zijn de meest voorkomende misvattingen?
“De mensen begrijpen het systeem onvoldoende. Dat is te wijten aan een gebrek aan transparantie en aan de complexiteit van de materie. Er ontstaan dan ook steeds meer misverstanden.
Mensen beginnen sociale bijdragen bijvoorbeeld te associëren met belastingen. Terwijl het hier om een spaarinspanning gaat. Ze raken er ook steeds meer van overtuigd dat er voor hen geen pensioen meer zal zijn, ook al betalen ze vandaag nog bijdragen. En dat is niet correct. Wie vandaag bijdragen betaalt, bouwt pensioenrechten op voor zijn eigen pensioen. Veel mensen hebben ook problemen met het feit dat de berekening en het bedrag van het pensioen verschillen naargelang van het statuut (loontrekkende, ambtenaar of zelfstandige). Bovendien hebben werknemers steeds vaker een gemengde loopbaan. En dat maakt de berekening extra moeilijk.”
Welke raad zou u meegeven?
“De burger zou de politici ertoe moeten aanzetten om de pensioenproblematiek aan te pakken. Persoonlijk vind ik dat men de tweede pijler (aanvullend pensioen, gebonden aan beroepsactiviteit) meer moet uitbouwen en democratiseren. Minder dan de helft van de Belgische loontrekkenden heeft toegang tot de tweede pijler (bijvoorbeeld: de groepsverzekering) en binnen die groep zijn er grote ongelijkheden. Liefst 100 procent van de kaderleden heeft een aanvullend pensioen van de tweede pijler. Bij bedienden is dat slechts 60 tot 70 procent. En slechts een beperkte groep arbeiders heeft toegang tot de tweede pensioenpijler.”
Wat zijn de sleutelwoorden wat pensioen betreft?
“Volgens mij zijn dat: solidariteit, billijkheid en leefbaarheid. Solidariteit omdat het pensioen niet alleen een kwestie van individueel sparen is. Er moet ook solidariteit tussen en binnen de generaties zijn. Billijkheid omdat de mensen een pensioen moeten krijgen dat in verhouding staat tot de individuele bijdragen die ze hebben geleverd. En tot slot moeten we ons afvragen of het systeem nog leefbaar is.”




Reacties
Nieuwe reactie inzenden