Vraag en Antwoord

Wat is een dier waard ?

DAS

Of men het nu wil of niet, ons recht beschouwt een gezelschapsdier als een ‘roerend goed’, zoals blijkt uit art.528 van het Burgerlijk Wetboek: ‘Roerend uit hun aard zijn verplaatsbare zaken, zowel die welke zich zelf bewegen, zoals dieren, als die welke slechts van plaats kunnen veranderen door de werking van een vreemde kracht, zoals levenloze dingen’.

Sommigen zijn hierover verontwaardigd. Zij zijn van oordeel dat het dier de beste vriend van de mens is en bijgevolg moet gerangschikt worden onder de levende wezens met een bevoorrecht statuut.  Misschien gebeurt dit ook in de toekomst en krijgen wij een ‘indicatieve tabel’ voor de lichamelijke letsels of het overlijden van dieren door de schuld van derden…

Ondertussen heeft onze rechtspraak niet veel houvast om de schade te bepalen van de eigenaar van een gewond of gedood dier door de schuld van een derde.

Gaat het om materiële of morele schade? Beide zijn mogelijk. De materiële schade is de  handelswaarde van het dier in geval van overlijden evenals de door de eigenaar gemaakte kosten. De morele schade vertegenwoordigt de gevoelswaarde die een eigenaar aan zijn dier toekent, wat een groot deel van de rechtspraak betwist.

Enkele gerechtelijke beslissingen:

Heeft de tram altijd voorrang ?

DAS

Op de tram van de Regio Brussel Hoofdstad staat te lezen: ‘De tram heeft altijd voorrang’. Is dit wel waar? Of is het eerder een misbruik van de MIVB?

Vóór het koninklijk besluit van 4.4.2003 bepaalde art.12.1 van de Wegcode het volgende : ‘Elke bestuurder moet voorrang verlenen aan de spoorvoertuigen; daartoe moet hij zich zo nodig zo snel mogelijk van de sporen verwijderen.’

Dit K.B. van 04.04.2003 (van kracht sinds 1.1.2004) wijzigde art.12.1 als volgt: ‘Elke weggebruiker moet voorrang verlenen aan de spoorvoertuigen; daartoe moet hij zich zo snel mogelijk van de sporen verwijderen.’

Verzekering – B.A. Auto – Verhoging van kracht van rijtuig in de loop van verzekeringsovereenkomst

DAS

Wat riskeert een verzekerde die het motorvermogen van zijn voertuig verhoogt?

Eén van de belangrijkste elementen bij het beoordelen van het risico is ongetwijfeld de cilinderinhoud.

Als een verzekeringnemer de cilinderinhoud van zijn voertuig in de loop van de overeenkomst verhoogt zonder zijn verzekeraar hiervan te verwittigen, riskeert hij een sanctie als hij een schadegeval veroorzaakt.

Van niet-verzekering kan hier geen sprake zijn. De B.A. -Autoverzekeraar zal moeten tussenkomen voor het slachtoffer van het ongeval veroorzaakt door het voertuig met verhoogde cilinderkracht.

Maar omdat het om een ‘verzwaard risico’ gaat, kan de B.A.- Autoverzekeraar zijn uitgaven verhalen op zijn verzekerde, na schadeloosstelling van het slachtoffer, (art.25.1° b en c, modelovereenkomst).

Als de verzekeraar erin slaagt te bewijzen dat zijn verzekerde het motorvermogen van zijn voertuig opzettelijk heeft verhoogd, heeft hij recht op verhaal voor al de schadevergoedingen die hij aan tegenpartijen heeft betaald. Als het opzettelijk karakter niet bewezen is, zal de verzekeraar zich moeten tevredenstellen met een verhaal beperkt tot het bedrag van € 247.

Verzekering – B.A. Familie – Aansprakelijkheid van moeder wegens gebrek aan toezicht

DAS

De 8-jarige zoon van mijn cliënte veroorzaakte een ongeval waarvoor hij volledig aansprakelijk was. Hij stapte op het trottoir in aanwezigheid van zijn moeder en liep plots de rijweg over buiten het zebrapad. Om hem te ontwijken maakte een bestuurder een uitwijkingsmanoeuvre en botst op een geparkeerd rijtuig.

Mijn cliënte is gescheiden en heeft een eigen B.A. Familiale verzekering genomen.

Deze verzekeraar aanvaardt 50% van de schadevergoeding van tegenpartij te betalen. Hij maakt gewag van de scheiding van de ouders en beweert dat elke ouder afzonderlijk 50% van de aansprakelijkheid moet dragen.
Zelfs gescheiden, kunnen zowel de vader als de moeder volledig aansprakelijk worden gesteld voor de fout van hun kind.

Willen zij ontsnappen aan hun vermoedelijke aansprakelijkheid (art.1384 al.2 van het burgerlijk Wetboek), moeten de vader en de moeder het bewijs leveren van goed toezicht EN goede opvoeding. Alleen als zij dit dubbele bewijs leveren, worden zij van elke aansprakelijkheid vrijgesteld.

Op het ogenblik van het ongeval, bevond het kind zich uitsluitend onder de hoede van de moeder. Als haar een gebrek aan toezicht of opvoeding kan verweten worden, zal zij aansprakelijk gesteld worden.

Verzekering – B.A. Auto – Aanhangwagen en verzekering

Auto

Mijn cliënt is eigenaar van een aanhangwagen van 700 kg.

Volgens art.2 §2 van het koninklijk besluit van 20.07.2001 betreffende de inschrijving van de motorrijtuigen moeten alleen aanhangwagens van meer dan 750 kg ingeschreven worden. Mijn cliënt moet zijn aanhangwagen dus niet inschrijven en bijgevolg geen verzekering nemen.

Deze aanhangwagen bevindt zich over het algemeen op de oprit naar zijn garage die lichtjes afhelt naar de openbare weg.

Ik stel me twee vragen. Wat zou er gebeuren als deze aanhangwagen de helling afrijdt en terechtkomt op een op de openbare weg geparkeerd voertuig? Wat zou er gebeuren als deze aanhangwagen ’s nachts door een onbekende gestolen wordt en men ze de volgende dag een honderdtal meters verder terugvindt, geklemd tegen een geparkeerd voertuig?

Welke verzekering moet tussenkomen? De verzekering B.A. -voertuig? De verzekering B.A. Privéleven van mijn cliënt?

Het koninklijk besluit van 19.10.1995 (dat art.1 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen aanvult) bepaalt dat aanhangwagens waarvan de maximale toegelaten massa meer dan 500 kg bedraagt worden gelijkgesteld met motorrijtuigen.

Wetsverzekering – Bewijs van arbeidsongeval

DAS

Op het einde van de dag verlaat mijn cliënt zijn kantoor en begeeft zich naar huis.

Hij gaat naar het Zuid station om er de trein te nemen. In het Centraal Station, stapt hij uit de trein om iets te drinken met de bedoeling tien minuten later de volgende trein naar huis in Leuven te nemen. Op de trap naar het perron, glijdt hij uit en raakt gewond.

Zijn verwondingen worden dezelfde dag door een arts vastgesteld.

Mijn cliënt heeft het ongeval niet onmiddellijk aangegeven aan zijn ‘Arbeidsongevallenverzekeraar’ maar doet dat twee maanden later !

De Arbeidsongevallenverzekeraar weigert het ongeval te dekken. Hij is van mening dat de informatie verstrekt door mijn cliënt niet volstaat om een arbeidsongeval te bewijzen.

Kan men dit standpunt betwisten? Kan men beroep doen op een arbitrageprocedure?

Het arbeidsongeval bewijzen staat hier centraal!

Art.7, al.2 en 9 van de wet van 10.4.1971 op de arbeidsongevallen (A.O.) regelen het dubbele vermoedenstelsel eigen aan arbeidsongevallen: 1°) het ongeval tijdens de uitvoering van de overeenkomst wordt, behoudens tegenbewijs, geacht als overkomen door het feit van de uitvoering van die overeenkomst en 2°) wanneer het bestaan van het letsel en een plotselinge gebeurtenis zijn aangewezen, wordt het letsel vermoed door een ongeval te zijn veroorzaakt.

Herstel van schade – Buitencontractuele aansprakelijkheid

DAS

De buurman van mijn cliënt verspreidde gloeiende as in zijn tuin. Door de wind vloog de as in de haag van mijn cliënt. De haag (2 meter hoog en 50 cm breed) brandde uit over een lengte van 15 meter.
De brandverzekering van mijn cliënt vergoedt dergelijke schade onder bepaalde voorwaarden. Mijn cliënt ontving een vergoeding die hem moet toelaten jonge plantjes te planten, verminderd met de vrijstelling.
Kan mijn cliënt de volledige schade op zijn buurman vorderen?
Om volledige schadevergoeding te verkrijgen moet een slachtoffer bewijzen: 1) een fout van tegenpartij, 2) zijn schade en 3) het oorzakelijke verband tussen deze fout en zijn schade.
Als uw cliënt erin slaagt te bewijzen dat zijn buurman een (buitencontractuele) fout beging, kan hij vragen om hersteld te worden in de toestand waarin hij zich vóór de brand bevond.
De fout van de buur kan te wijten zijn aan onvoorzichtigheid (art.1382-83 van het Burgerlijk Wetboek) omdat hij gloeiende as stortte vlakbij een haag. Wij menen dat een normaal voorzichtige en toegewijde persoon dit niet had mogen doen!

Verkoopovereenkomst – Aankoop van computer

DAS

Mijn cliënt kocht een draagbare computer bij een gespecialiseerde informaticafirma.

Toen hij een software installeerde maakte zijn nieuwe computer een abnormaal geluid.

Mijn cliënt stapte terug naar de verkoper die het apparaat voor nazicht terugnam en hem een computer ter vervanging ter beschikking stelde.

Na een veertiental dagen kreeg mijn cliënt zijn computer terug maar dezelfde problemen deden zich voor.

Wat kan mijn cliënt doen? Kan hij de verkoopovereenkomst ontbinden met teruggave van de betaalde prijs?

Uw cliënt zou de verkoop kunnen ontbinden en de betaalde prijs terugvorderen als hij bewijst dat de computer op het ogenblik van de verkoop een verborgen gebrek vertoonde (art.1641 van het Burgerlijk Wetboek). Wij vrezen dat hij dit moeilijk zal kunnen bewijzen. De problemen deden zich immers voor bij het installeren van een software, wat niet bewijst dat bij de aankoop de computer zelf een gebrek vertoonde.

Aan de andere kant, zou men een `gebrek aan overeenstemming’ van de computer kunnen aanvoeren.

Verzekering – B.A.-Privé-leven – Val van boomtak

DAS

Mijn cliënt is eigenaar van een villa omringd met bomen waarvan de takken over de openbare weg hangen. Deze villa is verhuurd.

Tijdens een storm viel een tak op een op straat geparkeerd voertuig.

De eigenaar van dit voertuig vorderde schadevergoeding van mijn cliënt. Is mijn cliënt gedekt door zijn verzekering B.A.- Familiale?

En wat als de tak op de auto van de huurder van de villa terechtgekomen zou zijn?

Wanneer een boomtak op een voertuig valt moet men eerst nagaan of dit te wijten is aan toeval of, integendeel, aan een ‘gebrek’ van de boom.

Alleen wanneer een gebrek van de boom wordt bewezen (boom in slechte staat met rotte en niet gesnoeide takken) is de bewaarder van de boom buitencontractueel burgerrechtelijk aansprakelijk ten aanzien van tegenpartij (art.1384 al.1 van het Burgerlijk wetboek).

Wanneer het vallen van de tak van een gezonde boom alleen te wijten is aan een toevallig feit (hevige wind of storm) is de bewaarder van de boom in geen geval aansprakelijk.

De verzekering B.A.-Familiale dekt de buitencontractuele burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de verzekerde als eigenaar van de boom. Deze verzekeraar dekt dus de schade veroorzaakt aan het voertuig van tegenpartij door het vallen van een tak voor zover een gebrek aan de boom wordt bewezen.

Verzekering – B.A.-Auto – Ongeval – Valse verklaring

DAS

Mijn cliënt werd slachtoffer van een verkeersongeval (weigering voorrang van rechts van tegenpartij).

Bij het opstellen van de ‘gemeenschappelijke ongevalaangifte’, vroeg tegenpartij aan mijn cliënt of hij er geen tegen bezwaar had dat een andere bestuurder dan hijzelf op de aangifte werd vermeld, wat mijn cliënt heeft aanvaard.

Door ik weet niet welk toeval, werd verzekeraar van mijn cliënt hiervan op de hoogte gebracht. Hij weigert zijn tussenkomst in R.D.R. en verwijst naar art.8 van de wet van 25.6.1992 op de landverzekeringsovereenkomst (weigering van dekking in geval van grove fout van de verzekerde zoals bepaald in de overeenkomst).

Mijn cliënt handelde in alle onschuld om tegen 7 D.A.S.-JOURNAAL • Juni - Juli 2009 partij een dienst te bewijzen en begrijpt de reactie van de verzekeraar niet.

Men moet absoluut twee zaken onderscheiden:
enerzijds, het ongeval zelf en anderzijds, de valse verklaring die na het ongeval tot stand kwam en vreemd is aan het ongeval zelf. De betrokken partijen hadden niet de intentie de verzekeraar te bedriegen om een vergoeding op te strijken. Zij wilden alleen vermijden dat tegenpartij niet werd opgezadeld met een verhaalvordering van zijn eigen verzekeraar.

Inhoud syndiceren