
Nieuwsbrief
Een veel gestelde vraag!
Veelgestelde vragen - BA Particulieren
Een motorvoertuig dat zich op de openbare weg begeeft moet altijd over een BA* autoverzekering beschikken. Dit is wettelijk verplicht.
Er zijn twee mogelijke situaties: (A) de tweedehandsauto waarvan sprake is uw eerste wagen, (B) u heeft reeds een auto en u gaat die vervangen.
Het is uw eerste wagen (A)
Is de aangekochte wagen uw eerste voertuig, dan mag u in geen geval de baan op zolang inschrijving (nummerplaat + inschrijvingsboekje) en verzekering niet in orde zijn. Uw verzekeraar zal dit voor u zo snel mogelijk in orde brengen. In afwachting laat u de wagen nog even staan bij de verkoper. Is de verkoper een garagehouder dan kan hij eventueel met een zogenaamde Z- of handelaarsplaat zelf het voertuig naar uw woning brengen.
U heeft reeds een andere auto (B)
Wanneer u reeds over een andere auto beschikt, met nummerplaat en verzekering dus, dan kan uw bestaande autoverzekering een oplossing bieden om de aangekochte tweedehandsauto bij u thuis te krijgen. Voorwaarde is dat het nieuwe voertuig wel degelijk is aangekocht (overdracht van eigendom). In dat geval biedt uw bestaande autoverzekering gedurende 16 dagen dekking zonder formaliteiten; binnen die termijn moet de verzekeraar dus ingelicht worden om verder dekking te verlenen en uw contract aan te passen.
Sommige mensen halen in dergelijke situatie de nummerplaat van hun andere wagen af en hangen deze op de tweedehandsauto. Opgelet, dit is niet toegelaten qua inschrijving waardoor u bij een controle een boete riskeert.
Noteer ook: een auto mag niet geparkeerd staan op de openbare weg zonder nummerplaat; op de oprit of in uw garage mag wel natuurlijk.
*BA betekent “burgerrechterlijke aansprakelijkheid”. Deze verzekering staat dus in voor schade die u aan anderen zou kunnen berokkenen.
Volgens de opiniepeiling die marktonderzoekbureau GfK-Significant in 2003 voor Assuralia uitvoerde, bleek 85 % van de respondenten over een familiale verzekering (officieel: “burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekering privé-leven”) te beschikken. De vraag werd aan een 500-tal personen gesteld die in hun gezin de verzekeringszaken (mee)beheren.
Het cijfer strookt in ruime mate met eerdere ramingen van Assuralia die afgeleid zijn van de premies en van de beschikbare kwantitatieve gegevens, en ook uitwijzen dat acht op de tien gezinnen een dergelijke polis heeft, goed voor 3.000.000 tot 3.500.000 polissen in België. Dit loopt ook parallel met de gegevens van de toezichthoudende overheid.
Als er bevolkingsgroepen zijn waar de verzekering minder verspreid zou zijn, dan denken wij onder meer:
- aan jongeren die zelfstandig gaan wonen, dus een feitelijk gezin vormen, maar onvoldoende beseffen dat je niet hoeft te trouwen en kinderen te krijgen om als particulier je aansprakelijkheid te verzekeren;
- aan ouderen (“empty nesters”) die omgekeerd menen dat als de kinderen de deur zijn, zij geen schade aan derden meer kunnen veroorzaken, en ouderen die niet langer zelfstandig wonen maar in een tehuis;
- aan gescheiden ouders die ten onrechte denken dat de aansprakelijkheid voor het minderjarig kind alleen bij de ouder berust die het hoederecht heeft;
- aan kansarme groepen voor wie verzekering geen prioriteit is (hoewel zelfs initiatief ondernomen werd om die verzekering te regelen voor bepaalde doelgroepen).
België wonende “expats” uit landen waar die verzekering traditioneel samen met de brandverzekering aangeboden wordt (Frankrijk, bijvoorbeeld), weten soms niet dat ze een “BA Privé leven” moeten ondertekenen.
Toch blijft de premie van deze verzekering gering, is de inhoud ervan ruim (minstens conform het KB terzake van 1984), en gelden er vrij algemeen kortingen voor senioren en alleenstaanden.
Meermaals is overwogen om deze verzekering verplicht te maken. Onderzoeken van academici, parlementsleden en overheidsdiensten wijzen uit dat talrijke praktische bezwaren de verwachte rechtszekerheid en efficiency van de beoogde maatregel ondermijnen. Dat is ook de stelling van de sector zelf.
Familieleden en ook vrienden die bij u een vakantieperiode doorbrengen zijn in sommige contracten opgenomen bij de verzekerden. In de polis vindt u de bevestiging als dat zo is. Als ze dan in die periode schade veroorzaken bij anderen (dus niet aan uw eigen gezin), dan is die schade gedekt. Hebben ze zelf ook een familiale verzekering dan kunnen ze die uiteraard aanspreken.
Ook wanneer u of één van uw vaste gezinsleden schade veroorzaakt aan uw ouders, dan is die verzekerd. Als ze tijdelijk bij u logeren en niet permanent inwonen, worden zij beschouwd als 'derden' en komen ze bijgevolg in aanmerking voor schadevergoeding.
Een familiale verzekering, ook gekend als BA Privéleven, is een verzekering die uw burgerlijke aansprakelijkheid – en die van uw gezinsleden – dekt ten aanzien van derden buiten uw professionele of contractuele activiteiten.
Ook wie geen kinderen heeft, heeft er baat bij. Tenslotte maakt zelfs een kleine nalatigheid of onvoorzichtigheid, hoe miniem ook, u burgerlijk aansprakelijk voor de schade die u aangericht heeft. Dan is een polis die gemiddeld 50 tot 70 euro per jaar kost, geen overbodige luxe. Hoewel de familiale verzekering niet wettelijk verplicht is, is ze alleszins aangeraden.
Elke ouder is aansprakelijk voor de schade die door zijn of haar minderjarige kinderen werd veroorzaakt, ook terwijl die bij de ex-partner verblijven. Gebrek aan toezicht kan in dergelijk geval alleen toegeschreven worden aan de ouder bij wie het kind op het moment van het aanrichten van de schade verbleef. Evenwel kan de rechter wel oordelen dat er sprake is van een gebrek aan opvoeding. Dan is elke ouder mee aansprakelijk. Een familiale verzekering is dus voor beide gescheiden ouders een aangewezen zaak.
De familiale verzekering vergoedt schade die u of uw gezinsleden mogelijk veroorzaken aan anderen.
Als u als toezichthouder aansprakelijk bent
Als één van de dochters van uw vriend schade aan anderen toebrengt terwijl ze onder uw toezicht is en dat te wijten is aan het feit dat u niet genoeg toezicht hield, bent u aansprakelijk en kan u dus uw eigen familiale verzekering aanspreken. Indien de ouders van het kind een familiale verzekering hebben, kan het slachtoffer er ook voor kiezen om die aan te spreken aangezien een familiale verzekering altijd de aansprakelijkheid dekt van degene die toezicht houdt (behalve indien die dat als professionele activiteit doet) op de kinderen van de verzekeringsnemer.
Als het kind of de ouders aansprakelijk zijn
Als de dochter op een leeftijd is waarop ze zelf besef heeft van de mogelijke gevolgen van wat ze doet – deze drempelleeftijd is afhankelijk van kind tot kind, doorgaans ergens tussen 6 en 10 jaar – is het kind zelf verantwoordelijk voor haar daden. In dat geval is de schade die ze toebrengt aan anderen gedekt door het contract van haar eigen ouders (als die een familiale verzekering hebben tenminste)
Als het kind aansprakelijk is, maar ook wanneer het gaat om een jong kind dat dat besef nog niet heeft, geldt er een vermoeden van aansprakelijkheid van de ouders. Ouders zijn immers verantwoordelijk voor de schade die hun minderjarig kind aanricht. Ook in dit geval kan de schade dus vergoed worden door hun familiale verzekering voor zover ze er één hebben.
Let wel: In verband met materiële schade is er waarschijnlijk een franchise te betalen.


