Groepsverzekeringen komen meer dan ooit van pas

De Belgische pensioenen zijn verre van denderend. Een groepsverzekering, zeker als die door de werkgever wordt betaald, is dan ook een welkome aanvulling. Almaar meer Belgen hebben er een. Behalve als ze arbeider zijn.
De betoging die vorige woensdag plaatsvond in Brusseltoonde ten overvloede aandat de pensioenkwestie nog steeds landgenoten bezighoudt. Voor veel mensen - en het worden er met de dag meer - biedt het wettelijke pensioen verre van een garantie op een koopkracht die naam waardig, zelfs niet na een volledige loopbaan. In feite zou men t in veel gevallen beter hebben over een 'overlevingsuitkering' dan van koopkracht, vooral voor wie de pensioenleeftijd bereikt zonder een eigen woning. Een groepsverzekering kan dan soelaas bieden. Delta Lloyd Life en Roularta organiseerden samen een enquete om na te gaan in hoeverre dat systeem al is ingeburgerd in Belgie.
Optimalisering
De zware fiscale en parafiscale druk op het inkomen uit arbeid heeft heel wat werknemers ertoe aangezet om op zoek te gaan naar alternatieve vormen van beloning. Zo willen ze het verschil tussen de loonkosten ten laste van de onderneming en het nettobedrag dat bij de medewerkers terechtkomt zo veel mogelijk verkleinen. Een van de meest gebruikte middelen bestaat erin een groepsverzekering te onderschrijven.
Uit de gemeenschappelijke enquete van Delta Lloyd Life en Roularta blijkt inderdaad dat meer dan 80 procent van zulke verzekeringscontracten ten voordele van directie- en kaderleden in de eerste plaats passen in de optimalisering van het loonpakket. Net zoals de maaltijdcheques en de bedrijfswagens is een groepsverzekering dus een antwoord op de fiscale en sociale lasten die op de inkomsten uit arbeid wegen, veeleer dan een bewuste strategie van de betrokken partijen om het naar verwachting wettelijke pensioenen com penseren.
Ontgoocheling
Een groepsverzekering lijkt voor sollicitanten evenwel niet echt een prioriteit te zijn. Minder dan 30 procent snijdt het sollicitatiegesprek. Voor jongere mensen is dat wellicht begrijpelijk, want voor hen liggen de prioriteiten dichterbij. Zij den ken in de eerste plaats aan wat in hun zak terechtkomt en aan de extralegale voordelen die hun uitgaven op korte termijn beperken, zoals de autokosten. Het pensioen lijkt nog een eeuwigheid weg. De echte aha-erlebnis komt vaak wanneer een kennis of verwante met pensioen gaat. De vasts telling van het verschil tussen het laatst uitbetaalde loon en het eerste pensioenbedrag is een gegeven dat elke 'jonge gepensioneerde' doorgaans niet voor zich houdt. Hij zal zijn verbazing, om niet te zeggen ontgoocheling, willen delen met zijn familie. Ongeacht het feit of de 'jonge gepensioneerde' al dan niet de scherpe terugval van zijn inkomen voorzien heeft, heeft dat inkomensverlies een psychologische weerslag op zijn familieleden, waardoor ook de jongeren zich vragen beginnen te stellen en een grotere belangstelling tonen voor aanvullende pensioenvorming.
Uit de rondvraag blijkt dat arbeiders minder geneigd zijn om spontaan de groepsverzekering te berde te brengen bij het sollicitatiegesprek. Van de Franstaligen begint liefst 74 procent er niet over. Bij de Vlamingen is het iets beter, met toch nog altijd 61,4 procent.
De directielieden praten wel voor hun aanwerving over de groepsverzekering: 53,3 procent brengt het onderwerp spontaan ter sprake. Van de kaderleden is dat nog 43,5 procent, maar bij de bedienden valt dat a] terug op 14,3 procent. Zaken als pensioenkapitaal en aanvullend pensioen houden de mensen blijkbaar meer bezig naarmate het voorgestelde inkomen bij aanwerving aanzienlijker is. Logisch ook, omdat hoe hoger het loon is, hoe spectaculairder de terugval van het inkomen zal zijn zodra de pensioenleeftijd bereikt wordt.
Eigen financiering
Naast een pensioenkapitaal- dat als het zover is eventueel omgezet kan worden in een lijfrente - worden doorgaans andere garanties voorgesteld en vaak ook onderschreven, zoals uitbetaling in geval van overlijden, dekking van medische en ziektekosten en vergoedingen bij werkonbekwaamheid. Die andere garanties worden zeer uit-een-lopend op prijs gesteld, blijkt uit de enquete.
De rondvraag toont ook aan dat er grote meningsverschillen bestaan over de bijdrage van de werknemers in de financiering van de dekking. Arbeiders blijken veel minder geneigd om hun eigen centen te steken in de financiering van een groepsverzekering dan bedienden en kaderleden.




Reacties
Nieuwe reactie inzenden