Heeft de tram altijd voorrang ?

Op de tram van de Regio Brussel Hoofdstad staat te lezen: ‘De tram heeft altijd voorrang’. Is dit wel waar? Of is het eerder een misbruik van de MIVB?
Vóór het koninklijk besluit van 4.4.2003 bepaalde art.12.1 van de Wegcode het volgende : ‘Elke bestuurder moet voorrang verlenen aan de spoorvoertuigen; daartoe moet hij zich zo nodig zo snel mogelijk van de sporen verwijderen.’
Dit K.B. van 04.04.2003 (van kracht sinds 1.1.2004) wijzigde art.12.1 als volgt: ‘Elke weggebruiker moet voorrang verlenen aan de spoorvoertuigen; daartoe moet hij zich zo snel mogelijk van de sporen verwijderen.’
Eerste opmerking
De wetgever heeft aan voetgangers dezelfde verplichtingen opgelegd als aan bestuurders. Was dit wel echt vereist? Art.29bis (automatische schadevergoeding van zwakke weggebruikers zoals voetgangers) van de wet van 21.11.1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering betreffende motorrijtuigen geldt immers eveneens voor spoorvoertuigen. De voetganger die door een tram wordt aangereden heeft dus recht op automatische schadevergoeding van de MIVB voor zijn lichamelijke letsels en kledingschade. De MIVB van haar kant kan haar eventuele schade niet terugvorderen van de voetganger. Wij zien bijgevolg het nut niet in van de toepassing van art.12.1 op voetgangers.
Tweede opmerking
Het nieuwe art.12.1 verplicht ‘elke weggebruiker’ formeel voorrang te verlenen aan trams, maar met de mogelijkheid zich er zo snel mogelijk van te verwijderen.
Men kan er dus rechtmatig van uitgaan dat een automobilist, die om één of andere reden tot stilstand komt op de tramstaven en verrast wordt door het plotse opdagen van een tram, niet aansprakelijk kan gesteld worden. Een automobilist die over de rails rijdt en de trambestuurder verrast, riskeert aansprakelijk gesteld te worden omdat de remafstand van de tram behoorlijk langer is.
De rechter zal vooral rekening houden met de voorafgaande omstandigheden om soeverein tot een oordeel te komen.
Het koninklijk besluit van 15.9.1976 altijd van toepassing
Art.27 §1 van dit koninklijk besluit ( het reglement op de politie van personenvervoer per tram, premetro, metro, autobus en autocar) bepaalt dat trambestuurders de signalisatie moeten eerbiedigen. Art.27 §2 bepaalt eveneens het volgende: ‘De bestuurder moet zijn voertuig vertragen of stilhouden wanneer er gevaar dreigt. De bestuurder van een spoorvoertuig moet vertragen en desnoods stoppen wanneer het ingevolge een verkeersopstopping gevaarlijk is de snelheid te behouden of verder te rijden.’
Wanneer één of meer auto’s de tramrails versperren en deze belemmering zich niet plots voordeed, moet de trambestuurder het ongeval vermijden door een aangepast manoeuvre.
Om te bewijzen dat de trams niet altijd voorrang hebben, citeren wij hierna een paar gerechtelijke beslissingen die de volledige of gedeeltelijke aansprakelijkheid ten laste hebben gelegd van de trambestuurder.
- Helft van aansprakelijkheid ten laste van een trambestuurder die vertrekt nadat het licht op groen sprong maar aan een zodanige snelheid reed dat hij niet meer kan stoppen voor een nochtans zichtbaar en voorspelbaar obstakel gevormd door een voertuig dat op de rails stilstaat wegens een verkeersopstopping (Beroep Brussel 5.2.1992, RGAR 1993,12173).
- Helft van aansprakelijkheid ten laste van een trambestuurder die in aanwezigheid van een voertuig dat voor hem stilstond om links af te draaien, niets ondernam om de aanrijding te vermijden terwijl hij, volgens een getuige, de tijd had om te remmen (Beroep Brussel 28.4.1995, Dr.circ.p.244).
- Helft van aansprakelijkheid ten laste van een trambestuurder die vertrok vanuit zijn halte en een op de rails stilstaande taxi ziet maar toch niet vertraagde om na te gaan of hij zonder probleem kon passeren (Beroep Brussel 15.4.1997, RGAR 1998,12982).
- Volledige aansprakelijkheid ten laste van een trambestuurder die vanuit stilstand aan zijn terminus vertrok en links afsloeg zonder zijn richtingaanwijzer te gebruiken en zonder rekening te houden met een automobilist die uit tegenovergestelde richting kwam aan normale snelheid (Beroep Brussel 25.10.2000 (Dr. circ.2001, p.68).
- Helft van aansprakelijkheid ten laste van een trambestuurder die in een eigen baan niet vertraagde en een voertuig aanreed dat op de rails stilstond om links af te slaan (Politie Brussel 21.4.2000, Dr.circ.2001, p.211).
- Volledige aansprakelijkheid ten laste van een trambestuurder die over een voortreffelijk zicht beschikte, maar toch niet stopte voor een bus die gedeeltelijk op de rails moest stilstaan wegens het drukke verkeer (Politie Brussel 16.5.2000, Dr.circ.2001, p.256 en Burgerl. Mechelen 14.10.2003, Dr.circ.p.380).
- Volledige aansprakelijkheid ten laste van een trambestuurder die van ver een op de rails stilstaand voertuig zag maar toch zijn snelheid handhaafde en zelfs opdreef in de idee dat de automobilist het kruispunt zou hebben verlaten (Beroep Brussel 14.1.2002, Dr.circ.p.350).
Conclusie
Wij menen hier te hebben aangetoond dat de voorrang van spoorvoertuigen verre van ‘absoluut’ is, zoals de MIVB beweert. Als uw cliënten een ongeval krijgen met een tram geven wij u dus een goede raad: ga op zoek naar een getuige wiens verklaring de verdediging zal vergemakkelijken!




Reacties
Nieuwe reactie inzenden