Hoe veilig is uw spaargeld?

De spanningen op de financiële markten lopen weer op. Spaarders maken zich daardoor opnieuw zorgen over de veiligheid van hun geld. Het gebeurt heel zelden dat banken failliet gaan. Maar zelfs in dat worstcasescenario blijven de spaarders niet in de kou staan.
In 2008 was de toenmalige IJslandse internetbank Kaupthing Bank erin geslaagd om heel wat Belgische klanten te werven door een interest van 6% te bieden op haar spaarboekje. Maar nadat de IJslandse moederbank in de problemen was geraakt, besloot Kaupthing Bank het geld van de Belgische spaarders zonder een woord uitleg te blokkeren. De klanten, die zich afvroegen of ze hun spaargeld ooit nog zou den terugkrijgen, bleven maandenlang in het ongewisse. Uiteindelijk werd een overnemer gevonden en werden de tegoeden toch vrijgegeven.
Dat voorval deed de Belgische spaarders plots beseffen dat banken ook weleens failliet konden gaan. Die ongerustheid werd nog groter toen eind 2008 de financiële crisis uitbrak en ook de Belgische grootbanken Fortis, Dexia en KBC in moeilijkheden raakten. De overheidssteun heeft toen gelukkig nieuwe faillissementen verhinderd. De huidige woelige beurstijden en de crisis in de eurozone doen opnieuw veel vragen rijzen over de veiligheid van het geld dat wordt toevertrouwd aan banken en verzekeraars.
Rating
Wie in de gaten wil houden of zijn spaargeld veilig is, kan de kredietwaardigheid van zijn bank controleren. De rating die een bank krijgt, is een maatstaf voor het vermogen van die instelling om op lange termijn aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. De ratings worden toegekend door verschillende externe partijen, waarvan Standard & Poor's (S&P), Moody's en Fitch de belangrijkste zijn. Ze hanteren een ratingsysteem dat begint bij D (zeer onbetrouwbaar) en oploopt tot AM (zeer betrouwbaar). U kiest beter voor een bank met minstens een BBB-rating. Banken met een A-rating zijn natuurlijk nog beter. Houd er wel rekening mee dat ratings momentopnames zijn die regelmatig worden aangepast.
Bijzonder Beschermingsfonds
Het gebeurt heel zelden dat banken failliet gaan. Maar zelfs in dat worstcasescenario blijft u niet in de kou staan. Uw spaargeld wordt wettelijk beschermd door het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten. Die openbare instelling is operationeel sinds 15 februari 1999 en biedt een garantieregeling op basis van Europese richtlijnen. Het fonds dekt deposito's in euro, de munteenheid van lidstaten van de Europese Unie die de euro niet hebben aangenomen (het Britse pond, de Zweedse en de Deense kroon) , de munteenheid van de nieuwe uitbreidingslanden en de Noorse en de IJslandse kroon. Het gaat dus om bedragen op een zicht-, een spaar- of een termijnrekening. Ook kasbons zijn beschermd, op voorwaarde dat ze zijn ingeschreven op een effectenrekening of in open bewaargeving zijn gegeven. Kasbons die u in materiële vorm thuis of in een kluis bewaart, vallen niet onder de garantie.
Financiële instrumenten
De wettelijke bescherming geldt ook voor zogenoemde financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en beleggingsfondsen die zijn ingeschreven op een effectenrekening. U blijft eigenaar van die producten als de bank waar uw effecten op een rekening staan, failliet zou gaan. De effecten op een effectenrekening vallen dus niet in de boedel van het faillissement, maar moeten worden teruggegeven aan de eigenaar.
Als ze verloren zouden gaan in een bedrieglijk faillissement - de failliete bank heeft de rekeninguittreksels van een effectenrekening bijvoorbeeld vervalst - treedt de dekking van het Beschermingsfonds in werking. U kunt dan rekenen op een interventie van het fonds zoals voor spaardeposito's. Maar de kans dat effecten op een rekening in een faillissement verloren zouden gaan, is klein. Bij een faillissement van een bank krijgt u uw effecten dus gewoon terug.
Tot welk bedrag?
Vandaag kunt u rekenen op een bescherming tot 100.000 euro voor spaardeposito's en kasbons. Voor effecten op een rekening bij de bank geldt zoals gezegd de regel dat die buiten het faillissement van de bank vallen en rechtstreeks worden teruggegeven aan de eigenaar. Als er in uitzonderlijke omstandigheden toch een beroep moet worden gedaan op het Beschermingsfonds, zijn de effecten op een rekening bij de bank slechts gewaarborgd tot een maximum van 20.000 euro. Indien u daarna nog niet volledig zou zijn vergoed, zult u voor dat bedrag een vordering op de financiële instelling behouden en komt u in aanmerking voor een vereffenings- of faillissementsdividend.
Per spaarder en per bank
De bescherming van de spaardeposito's door het Beschermingsfonds geldt per spaarder én per bank.
Stel dat u bij bank A een zichtrekening hebt op uw naam, waarop 10.000 euro staat. Daarnaast hebt u bij dezelfde bank met uw huwelijkspartner een gemeenschappelijke spaarrekening met 200.000 euro. Als bank A failliet zou gaan, krijgt u een vergoeding van 10.000 euro voor uw zichtrekening plus 90.000 euro voor het spaarboekje, waardoor u komt aan het maximum van 100.000 euro. Uw huwelijkspartner krijgt op zijn beurt 100.000 euro van de gemeenschappelijke spaarrekening.
Van het totale tegoed van 210.000 euro krijgt u dus 200.000 euro terug. Voor de 10.000 euro die overblijft, behoudt u een vordering op bank A. Of u het geld terugkrijgt, hangt af van het feit of er nog iets overblijft na de betaling van de bevoorrechte schuldeisers door de curator. Hebt u ook spaargeld bij bank B, dan kunt u ook daar aanspraak maken op een terugbetaling tot maximaal 100.000 euro.
Ook voor rechtspersonen
De waarborg van het Beschermingsfonds geldt zowel voor natuurlijke personen als voor rechtspersonen (vennootschappen). Maar er zijn uitzonderingen. Zo zijn natuurlijke personen die bestuurder zijn van een kredietinstelling of een beursvennootschap uitgesloten van de waarborg. Dat geldt ook voor natuurlijke personen die meer dan 5% van het kapitaal van een kredietinstelling of een beursvennootschap bezitten.
Ook grote ondernemingen komen niet in aanmerking voor de bescherming. Het gaat om ondernemingen die een personeelsbestand hebben van meer dan honderd personen op jaarbasis, of die twee van de volgende drempels overschrijden: een balanstotaal van meer dan 3,65 miljoen euro, een jaaromzet van meer dan 7,3 miljoen euro (exclusief btw) of een jaarlijks gemiddeld personeelsbestand van meer dan vijftig personen. Zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen die een verkorte balans mogen neerleggen, zijn wel beschermd.




Reacties
Nieuwe reactie inzenden