Hoe wordt uw aanvullend pensioen belast?

Aanvullend pensioen

Steeds meer Belgen doen aan pensioensparen. Het fiscale voordeel is daar niet vreemd aan. Maar in ruil voor dat voordeel eist de fiscus ook een deel van het kapitaal op. Die belasting hangt af van de formule die u kiest. Een overzicht.

Meer dan de helft van de werkenden spaart voor zijn pensioen via de zogenaamde derde pijler. In 2010 deden 2.313.768 Belgen aan pensioensparen. Samen trokken zij in 2010 maar liefst 1,7 miljard euro af in hun belastingaangifte. Dat is een record. Logisch, aangezien het maximumbedrag elk jaar geïndexeerd wordt en het aantal mensen dat spaart voor een aanvullend pensioen elk jaar toeneemt.

Sparen voor een aanvullend pensioen kan op verschillende manieren. Wat al die formules in ieder geval gemeen hebben is dat u nog een keer langs de fiscus moet passeren, wanneer u het kapitaal van uw groepsverzekering, VAPZ of pensioensparen opvraagt. Die eindbelasting verschilt bij elke spaarmethode.

1. Pensioensparen

Het grote succes van pensioensparen is te danken aan de overheid, die de spaarinspanning riant subsidieert. Voor een maximumbedrag van 880 euro (inkomstenjaar 2011) kunt u jaarlijks een belastingvermindering krijgen van 30 tot 40 procent (ofwel een bedrag tussen 264 euro en 352 euro).
Voor die royale stimulans wil de fiscus iets in ruil. Zodra u een keer een premie voor pensioensparen heeft afgetrokken, bent u verplicht om een eindbelasting van 10 procent te betalen. De aanslag wordt geheven op uw zestigste verjaardag, op voorwaarde dat u voor uw 55ste met pensioensparen bent begonnen. Bent u daarna pas aan het sparen geslagen? Dan valt de rekening voor de eindbelasting 10 jaar na de eerste storting in de bus. De heffing is bevrijdend, wat betekent dat u het opgevraagde kapitaal nadien gewoon uit uw belastingaangifte kunt weglaten. U hoeft er ook geen gemeentebelasting op te betalen.
Fiscaal werkt die bevrijding in uw voordeel. Aangezien u tot uw 64ste premies kunt blijven betalen voor pensioensparen, kunt u die nog 5 aangiftes lang inbrengen, zonder dat u daarna nog belasting betaalt op het gespaarde bedrag.

Fictieve horden te hoog

De belastbare basis verschilt naar gelang u uw spaarpot opbouwt via een pensioenspaarverzekering of een pensioenspaarfonds.

In het eerste geval betaalt u belasting op de betaalde premies, gekapitaliseerd tegen de gewaarborgde rentevoet. De winstdeelnames vallen daar buiten.

Bij een pensioenspaarfonds gelden de betaalde premies als basis, maar dan gekapitaliseerd tegen een fictief rendement van 4,75 of 6,75 procent (voor de premies voor 1993) en eveneens zonder de winstdeelnames.
En daar wringt het schoentje voor wie koos voor een pensioenspaarfonds. De Belgische pensioenspaarfondsen brachten de voorbije 10 jaar gemiddeld 3 procent per jaar op, maar de fiscus belast ze alsof ze 4,75 procent opbrachten. Voor dit jaar ligt het werkelijke rendement waarschijnlijk onder de ondergrens van 4,75 procent, waardoor u belasting betaalt op geld dat u niet hebt verdiend. Met de kwakkelende beursconjunctuur van de voorbije drie jaar valt te vrezen dat de fictieve horden ook in de toekomst mogelijk te hoog zullen liggen.

2. Groepsverzekering

Het kapitaal van uw groepsverzekering kunt u opvragen op de einddatum die u bij het begin van het contract heeft laten vastleggen.  In sommige gevallen kan dat voor uw zestigste verjaardag, maar fiscaal is dat een slechte zet, aangezien de fiscus het maximumtarief van 50 procent kan heffen, plus gemeentebelastingen.
Wacht u tot uw 60ste? Dan betaalt u een pak minder belastingen. Om te beginnen staat u 3,55 procent af aan het Riziv. Als uw totale pensioeninkomen (groepsverzekering, extralegale pensioenen, buitenlandse pensioenen,..) hoger is dan 2.012,75 euro als alleenstaande of 2.326,99 euro voor samenwonenden, dan betaalt u ook een solidariteitsbijdrage van 2 procent.

Op het gewaarborgde deel van de premies die u voor 1993 betaalde, heft de fiscus 16,5 procent bedrijfsvoorheffing. De premies die u later heeft gestort, worden tegen 10 procent belast. Winstdeelnames zijn vrijgesteld.

Van de premies die uw werkgever heeft betaald, roomt de fiscus 16,5 procent af, of 10 procent als u ‘effectief ononderbroken actief’ bent tot uw 65ste (ook bruggepensioneerden en onvrijwillige werkzoekenden vallen onder die noemer). In de praktijk moet u rekenen met 10,09 en 16,66 procent, omdat ook de gemeentelijke opcentiemen van het gespaarde bedrag worden gehouden. Ook deze belasting is bevrijdend.

3. VAPZ

Wie een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) heeft, kan het gespaarde bedrag nooit voor zijn 60ste opvragen. Op de pensioenleeftijd betaalt u 3,55 procent aan het Riziv. Het opgebouwde kapitaal wordt belast volgens het principe van de fictieve rente. Wie op zijn 65ste op pensioen gaat, zal de volgende tien jaar 5 procent van zijn spaarbedrag moeten aangeven aan de fiscus. Die eindbelasting wordt geheven op 80 procent van het ontvangen kapitaal, bonus niet meegerekend, op voorwaarde dat u werkt tot de wettelijke pensioenleeftijd en ook dan pas het kapitaal opvraagt.

Een spaarpotje van 100.000 euro in een VAPZ ziet er dus als volgt uit: 3.550 euro gaat naar het Riziv. De belasting wordt geheven op 80 procent van het saldo (96.450 euro), ofwel 77.160 euro. De 5 procent die jaarlijks in de aangifte moet, bedraagt dan 3.858 euro, een bedrag dat bij het belastbare inkomen wordt geteld en op die manier mee beslist in welke belastingschaal u terechtkomt.

tijd.be

Reacties

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.