Pensioenspaarverzekering: veilig rendement
In tijden van financiële crisis is het altijd interessant om te profiteren van de voordelen van de pensioenspaarverzekering. Haar gewaarborgde rendement biedt u de veiligheid die u nodig hebt. Zoals de meesten onder u ongetwijfeld weten, kunt u zowel bij uw bankier als bij uw verzekeraar aan pensioensparen doen. Toch is deze vorm van sparen niet voor iedereen weggelegd.
Welke formule u ook kiest, er zijn altijd toegangsvoorwaarden aan verbonden die wettelijk bepaald zijn:
► de particulier moet belastingplichtig zijn, met andere woorden onderworpen zijn aan de Belgische personenbelasting;
► de leeftijd van de verzekeringnemer moet zich situeren tussen 18 en 64 jaar op 31 december van het jaar waarin de stortingen uitgevoerd zijn.
Er zijn ook voorwaarden die betrekking hebben op de stortingen: in 2010 mag een belastingplichtige jaarlijks maximaal 870 euro storten (1740 euro per gezin). In 2011 stijgt dat naar 880 euro.
Terwijl pensioensparen via de bank veel weg heeft van een onrechtstreekse belegging in aandelen, biedt pensioensparen via de verzekeraar een niet te verwaarlozen veiligheid voor de verzekeringnemer: een gewaarborgd rendement van maximaaI3,75% op elke gestorte premie.
Dat is een aardig verschil!
Gewaarborgd rendement bij verzekeraars
In het kader van een pensioenspaarverzekering verbindt de verzekeraar zich ertoe (in tegenstelling tot de bankier) om elke storting te belonen met een rente van 3,75% (wettelijk maximum). In de praktijk situeert de gewaarborgde rente zich op dit moment vaak rond de 2,50% (als gevolg van de lage rentestand).
Bij de klassieke levensverzekering is het gewaarborgde rendement gegarandeerd voor alle premies die gedurende de volledige looptijd van het contract gestort worden. Bij Universal Life (zie verder) geldt de rentewaarborg alleen voor de al gestorte premies (niet voor toekomstige premies) .
Dankzij dat gewaarborgde rendement kan het gestorte kapitaal alleen maar stijgen. Naast het gewaarborgde rendement keert de verzekeraar ook een niet-contractueel gegarandeerde winstdeelname (WD) uit. Waar die het uiteindelijke rendement van het pensioensparen in het verleden sterk deed toenemen, is dat vandaag niet langer het geval. De WD hangt namelijk af van de financiële winst die gerealiseerd wordt door de verzekeraar in kwestie. Ze kan dus variëren van jaar tot jaar en ook van verzekeraar tot verzekeraar.
Voor 2010 is het nog veel te vroeg om een tendens te ontwaren, aangezien de meeste rendementen ten vroegste in de eerste weken van januari aangekondigd worden en soms zelfs pas in de maanden daarna (eerste halfjaar van 2011).
Universal Life: sterk in trek
Een ander type levensverzekering dat bijzonder populair is in het kader van pensioensparen, is de verzekering van het type Universal Life. Die biedt heel wat voordelen.
- Meer flexibiliteit: de verzekerde is vrij om te storten wat hij wil wanneer hij wil (ook al bestaan er instapdrempels afhankelijk van verzekeraar tot verzekeraar).
- Meer transparantie: de verzekerde ziet de stortingen die hij gedaan heeft, het huidige saldo, de kosten die ingehouden werden enzovoort. Bij een klassieke formule is dat niet zo.
- Hoger gewaarborgd rendement dan bij de klassieke levensverzekering, maar alleen de al gedane betalingen profiteren van de gewaarborgde rente. Die rente geldt dus niet voor toekomstige stortingen. Daarmee verschilt ze van een klassieke levensverzekering, waar de verzekeraar zich engageert voor de hele looptijd van het contract (zowel voor de te storten premies als de al gestorte premies).
Dat gebrek aan een gewaarborgde rente voor toekomstige premies bij Universal Life leidt tot het volgende belangrijke principe: verzekeraars kunnen het zich veroorloven om een hoger rendement aan te bieden dan het rendement voor de klassieke levensverzekering (met een limiet die ook op 3,75 % vastgelegd is) .
Ook al doet het principe van Universal Life een beetje denken aan een bankrekening, toch bieden verzekeraars in het kader van de pensioenspaarverzekering echte waarborgen (overlijden en/of invaliditeit).
Hieronder vindt u twee van vele mogelijke voorbeelden.
► AG Insurance (Top Rendement) biedt naast de waarde van het contract ('reserve' genoemd in het verzekeringsjargon) de volgende overlijdenswaarborgen:
- ofwel een minimaal overlijdenskapitaal vooraf bepaald door de verzekeringnemer;
- ofwel een dalend minimaal overlijdenskapitaal;
- ofwel een aanvullend overlijdenskapitaal ten belope van een vooraf overeengekomen percentage van de reserve (maximaal 100%);
- ofwel een dalend aanvullend overlijdenskapitaal.
Er zijn ook een aantal aanvullende waarborgen:
- waarborg bij ongeval: een kapitaal bij overlijden van de verzekerde of een kapitaal bij totale en blijvende invaliditeit van de verzekerde ten gevolge van een ongeval;
- waarborg bij arbeidsongeschiktheid: een rente in geval van een totale of gedeeltelijke, tijdelijke of permanente arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een ziekte of ongeval van de verzekerde.
► Dexia Insurance Belgium (Dexia Life Plan) biedt optioneel de volgende waarborgen:
- Formule Plus 10: in geval van overlijden van de verzekerde is een overlijdenskapitaal verzekerd dat gelijk is aan 110% van de waarde van het contract;
- Formule Security: het verzekerde overlijdenskapitaal bedraagt minimaal 2500 euro en maximaal 75.000 euro.
Zowel bij de Formule Plus 10 als bij de Formule Security blijft het uitgekeerde aanvullende overlijdenskapitaal beperkt tot 75.000 euro per verzekerde.
Geen enkele waarborg voor de bankier
De noties gewaarborgd rendement en winstdeelname vinden we niet terug bij het pensioensparen dat door de bank aangeboden wordt (pensioenspaarrekening genoemd). Er bestaat geen enkele rendementswaarborg bij de bankier. De resultaatsverbintenis van de verzekeraar (een gewaarborgde rentevoet garanderen) wordt bij de bankier vervangen door een eenvoudige middelenverbintenis: de fondsen beheren als een goede huisvader.
In vergelijking tot de verzekeringsformules is pensioensparen bij de bank meer gestandaardiseerd. Ze legt de nadruk op de kapitalisatie van de stortingen, terwijl de overlijdensdekking zeer beperkt blijft. Bij het overlijden van de houder van de rekening wordt de waarde van het contract uitgekeerd aan de erfgenamen.
Op het vlak van het rendement zijn de bankformules rendabeler dan de verzekeringsformules (ondanks enkele negatieve jaren: 8 van de 24) in een periode van sterke beursconjunctuur.
Terwijl de rendementen in 2008 simpelweg catastrofaal waren voor de bankformules (het slechtste jaar sinds de creatie van de pensioenspaarrekening in termen van rendement), zijn ze in 2009 en in 2010 redelijk goed hersteld.
Maar de verzekeraar heeft het voordeel dat hij een veiligheid biedt door een minimaal rendement te garanderen. Dat is beter dan niets in jaren van crisis. Het bewijs? Volgens Assuralia bedraagt het gemiddelde jaarlijkse rendement van de pensioenspaarverzekering 4,32% op basis van de afgelopen tien jaar (tussen 2000 en 2009), tegenover 2% voor de pensioenspaarfondsen. Die percentages houden wel geen rekening met instapkosten en fiscale voordelen.




Reacties
Nieuwe reactie inzenden