Te bang om te schenken

Schenken doet soms lijden, Het is niet gemakkelijk om de controle over zijn vermogen uit handen te geven. Wat als de begunstigde de schenking over de balk zou gooien? Gelukkig zijn er oplossingen om aan die bezwaren een mouw te passen.
Zodra ze een zekere leeftijd bereikt hebben, besluiten heel wat mensen om hun roerend vermogen - of een aanzienlijk deel ervan - te schenken aan hun kinderen of andere erfgenamen. Dat doen ze vooral om te vermijden dat die erfgenamen na hun dood successierechten moeten afdragen. Maar anderen zijn bang om tijdens hun leven een schenking te doen. Er zijn heel wat overwegingen die mensen ervan kunnen weerhouden om te schenken. Dat kunnen gegronde redenen zijn, maar vaak zijn er oplossingen waarmee ze die bezwaren kunnen ondervangen.
Het ferrarisyndroom
De angst die de meeste mensen ervan weerhoudt om te schenken, wordt vaak het ferrarisyndroom genoemd - de vrees dat de begiftigde met de schenking een onverantwoorde aankoop doet. Bijna alle schenkers zijn bang dat hun vermogen over de balk gegooid wordt. Maar daar is een mouw aan te passen door in de schenkingsakte een vervreemdingsverbod op te nemen. De begiftigde mag de geschonken goederen dan alleen verpanden, belenen of vervreemden - dat wil zeggen: verkopen of besteden – na schriftelijke toestemming van de schenker. Op die manier houdt de schenker de hand op de knip.
Het naaktheidssyndroom
'We gaan ons toch niet bloot delen', wordt in de volksmond weleens gezegd. Die uitspraak vat het naaktheidssyndroom goed samen: veel mensen zijn bang dat ze te veel weggeven. Maar bloot delen hoeft niet. Het is raadzaam om een zekere reserve te behouden - de zogenoemde ijzeren voorraad. Bovendien kan de schenker ervoor opteren om geen afstand te doen van eventuele inkomsten die zouden voortkomen uit de bezittingen die hij overdraagt. Hij kan bijvoorbeeld het vruchtgebruik behouden of hij kan voor zichzelf een rente opeisen.
Het baronsyndroom
Veel schenkers zijn hun hele leven lang gewend geweest de touwtjes stevig in handen te hebben. Het idee dat ze plots de controle over hun (geschonken) vermogen verliezen, baart hen flink wat kopzorgen. Dat verklaart waarom heel wat schenkingen gepaard gaan met de oprichting van een controle-instrument, zoals een maatschap of eenstichting administratiekantoor. Ze laten toe om levenslang de macht over de geschonken goederen te verankeren bij de schenker. Die beslist dan zelf wel wanneer hij de tijd rijp acht om de controle langzaamaan uit handen te geven.
Het dynastiesyndroom
Regeren vanuit het graf, dat is waar dit syndroom op neerkomt. Vooral bij heel grote vermogens kan dat een - begrijpelijke – bekommernis zijn. De schenker wil dat zijn vermogen na zijn dood samen blijft, zodat het verschillende generaties kan onderhouden. Met het oog daarop kan de schenker een stichting of een ander instrument oprichten. Eenvoud is daarbij meestal het devies. Maar dat hoeft niet zo te zijn: grote vermogens verdragen de meer uitgekiende oplossingen nu eenmaal veel beter.
Het heksensyndroom
Het heksensyndroom is de angst dat een deel van het vermogen in handen van de schoonfamilie zou terechtkomen. Gezien het hoge aantal echtscheidingen, is dat geen onterechte bekommernis. De schenker kan dat ondervangen door in de schenkingsakte een uitsluitingsclausule op te nemen. Die verbiedt dat de begiftigde de geschonken goederen inbrengt in de een of andere vorm van gemeenschap. Een andere mogelijkheid is te voorzien in een zogenoemd verrekenbeding tussen de echtgenoten. Op die manier wordt het geschonken vermogen beschermd voor het geval dat de begiftigde zou scheiden. De schenker kan nog verder gaan en bepalen dat na het overlijden van de begiftigde niets van de schenking naar de aangetrouwde familie gaat. Daarvoor moeten in de akte extra clausules ingeschreven worden, zoals een alternatieve schenking of een restschenking.
Het laurentsyndroom
Er zijn mensen die bang zijn dat een of meer kinderen na de schenking volledig de pedalen zouden verliezen en een ziekelijke verspilling aan de dag zouden leggen - een combinatie van de vorige syndromen, zeg maar. Om dat te ondervangen, kan aan de schenking een bewindclausule toegevoegd worden. Die bepaalt dat het vermogen onder het bewind van een vertrouwenspersoon geplaatst wordt, totdat de begiftigde een zekere leeftijd – bijvoorbeeld veertig jaar - bereikt heeft. Aan zo'n regeling kunnen allerlei afspraken gekoppeld worden. Zo is het mogelijk dat de begiftigde bepaalde inkomsten wel ontvangt. Of hij kan met een deel van het kapitaal bepaalde verantwoorde investeringen doen.




Reacties
Nieuwe reactie inzenden