Tweede pijler: pas op voor de 80%-regel
Sinds enkele jaren oefent Koen zijn activiteit als arts via een vennootschap uit. Vandaag wil hij de balans opmaken van zijn aanvullend pensioen. Hij vraagt zich af of hij de 80%-regel wel naleeft.
In 2000, toen de stageperiode van zijn specialisatie afliep, besliste Koen om een eigen kabinet te beginnen. Van bij de start wil hij zijn activiteit binnen een vennootschap uitbouwen. "In die tijd was dat nog geen gangbare praktijk voor een arts, zeker niet bij de start van de activiteit", herinnert Koen zich. "Maar net als vandaag werden artsen niet echt geïnformeerd over de boekhoudkundige en fiscale aspecten van hun werk. Een vriend van mijn toenmalige partner was gelukkig gespecialiseerd in fiscaliteit. Hij heeft mij de voordelen van een vennootschap uitgelegd. Meteen heb ik beslist om de sprong te wagen." Het was een beslissing die Koen zich nog niet beklaagd heeft. "Fiscaal gezien, is het absoluut een voordeel. Bovendien ben ik als bedrijfsleider beter in staat om mijn pensioen te plannen dankzij de mogelijkheden van de Individuele Pensioentoezegging."
Drie mogelijkheden
Als zelfstandige arts met een vennootschap beschikt Koen in het kader van de tweede pensioenpijler over drie mogelijkheden. Het RIZIV kent hem als geconventioneerde arts elk jaar sociale voordelen toe. Jaarlijks wordt er een som gestort bij een instelling naar zijn keuze. Dat geld is bestemd voor de opbouw van een aanvullend pensioen, een verzekering gewaarborgd inkomen of een mix van beide. "Ik heb mij geconventioneerd vanaf het begin van mijn stageperiode. Omdat ik nog zo jong was, was ik niet echt geïnteresseerd in een verzekering gewaarborgd inkomen. Het statuut van specialisten in opleiding kende mij echter geen enkel recht toe wat het wettelijke pensioen betreft. Ik koos dan ook voor een vrij aanvullend pensioen. Op een moment dat ik als specialist in opleiding nog niet echt goed verdiende, liet dat mij toch al toe mijn oude dag voor te bereiden. Vandaag vertegenwoordigen de sociale voordelen een bijkomend spaarbedrag van meer dan 4000 euro per jaar." Bij de oprichting van zijn vennootschap heeft Koen in eigen naam ook een Vrij Aanvullend Pensioen voor zelfstandigen onderschreven. "Ik stort elk jaar het maximaal aftrekbare bedrag. Omdat het fiscale voordeel en de lagere sociale bijdragen mij toelaten om meer dan 60% van de gestorte sommen te recupereren, is dat een bijzonder aantrekkelijke manier van sparen."
Delicaat evenwicht
Bij de oprichting heeft de vennootschap van Koen een Individuele Pensioentoezegging onderschreven met hemzelf als begunstigde. "Die bijkomende verzekering gefinancierd door de vennootschap zorgt voor een aanvulling van de dekking bij pensionering. Dat gebeurt aan fiscaal gunstige voorwaarden, hoewel het voordeel kleiner is dan in het kader van het VAPZ. De enige schaduwzijde is de 80%-regel. Die stelt dat de aftrek van de gestorte premies in het kader van de tweede pijler alleen mogelijk is voor zover het wettelijke pensioen aangevuld met de tweede pijler niet meer bedraagt dan 80% van het laatste loon. Alles daarboven is niet aftrekbaar. "Uiteraard heb ik aan mijn makelaar gevraagd om mijn verzekeringscontracten zo te optimaliseren dat ze rekening houden met die regel. Ik heb mijn loon de afgelopen tien jaar niet meer gewijzigd, er is dus niet echt een reden voor grote aanpassingen. Toch wil ik graag een stand van zaken opmaken."
Risicovol status-quo
Volgens Jean-Marie Bostyn, productmanager Life & Benefits bij BFO Family Office, kan het niet wijzigen van het loon juist wel tot gevolg hebben dat de 80%-regel niet gerespecteerd werd. "De berekening die gebeurt om vast te stellen of de 80%-regel al dan niet geschonden werd, is gebaseerd op meerdere elementen die, in tegenstelling tot het salaris van Koen, variabel zijn. Om te beginnen, zijn er de sociale voordelen van het RIZIV. Hoewel die niet gestort worden door de arts en dus niet in aanmerking komenvoor fiscale aftrek, maken ze deel uit van de tweede pijler. Het kapitaal dat ermee opgebouwd wordt, moet dus opgenomen worden in de berekening. De sociale voordelen van het RIZIV bedroegen 2479,48 euro toen Koen zijn loopbaan startte. Voor het jaar 2011 zullen ze 4141,16 euro bedragen. Rekening houdend met wat al opgebouwd is, zal het pensioenkapitaal dus van 154.171,23 euro naar 242.771,69 euro evolueren. De impact van die wijziging op de 80%-regel is dan ook aanzienlijk."
Laag plafond
Op dezelfde manier zijn ook de bijdragen die gestort werden in het kader van het VAPZ dat Koen onderschreven heeft, geëvolueerd. "Die bijdragen zijn onderworpen aan twee beperkingen", herhaalt Jean-Marie Bostyn. De eerste beperking is relatief: de bijdragen mogen niet hoger zijn dan 8,17% van het netto-belastbare inkomen. De tweede beperking is echter absoluut: het betreft een plafonnering van de bijdrage. Dat plafond is laag genoeg om ervoor te zorgen dat Koen eraan onderworpen is. Anders gezegd: elke verhoging van dat plafond zal zijn mogelijkheid tot bijdrage doen toenemen, wat een impact zal hebben op het kapitaal dat zijn VAPZ zal opbouwen." Toen Koen in 2005 met zijn activiteit startte, bedroeg de premie van zijn VAPZ 2487,20 euro. Vandaag is dat 2852,88 euro. Van een kapitaal op vervaldag van 140.032,87 euro is hij geëvolueerd naar 157.868,38 euro. "De impact is minder ingrijpend dan die van de verhoging van de sociale voordelen, maar toch nog aanzienlijk", licht de expert van BFO Family Office toe.
Een kwestie van interesten
Anderzijds kan de evolutie van de intrestvoeten ook een invloed hebben op het naleven van de 80%-regel. "De schatting van het kapitaal van een aanvullend pensioen op de vervaldag, hangt af van het gewaarborgde rendement. Hoe hoger dat rendement, hoe hoger het kapitaal op vervaldag", legt Jean-Marie Bostyn uit. "Zelfs wanneer de betaalde premie constant blijft, zou een verhoging van het gewaarborgde rendement er op termijn voor kunnen zorgen dat de 80%-regel overschreden wordt. We hebben echter een periode achter ons liggen waarin de interestvoeten, en dus ook de gewaarborgde rendementen, historisch laag waren. Vroeg of laat zullen ze opnieuw stijgen. Waakzaamheid is dan ook geboden."
Wettelijk pensioen
Ten slotte zal elke verhoging van het wettelijke pensioen een impact hebben op het beschikbare kapitaal in het kader van de 80%-regel. De huidige situatie van ons pensioenstelsel beperkt die verhogingen tot eenvoudige indexaties. "Dat neemt niet weg dat het effect van een verhoging, hoe beperkt ook, van het wettelijke pensioen niet te verwaarlozen is", zegt Jean-Marie Bostyn. "Tussen 2005, het jaar waarin Koen zelfstandige werd, en 2011, is het wettelijke pensioen waarop Koen recht heeft, gestegen van 13.331,25 euro tot 15.000 euro per jaar. Aangezien Koen het bedrag van zijn loon, 60.000 euro bruto per jaar, nooit aangepast heeft, is het maximale kapitaal dat binnen de tweede pijler opgebouwd mag worden, in enkele jaren geëvolueerd van 465.150,62 euro naar 442.761,00 euro. AI die verminderingen bij elkaar opgeteld hebben uiteindelijk een duidelijke impact op de 80%-regel. Tussen 2005 en 2011 is het maximale kapitaal dat Koen mocht opbouwen in het kader van een Individuele Pensioentoezegging gedaald van 133.178,52 euro naar slechts 44.626,69 euro. Met andere woorden, daar waar de vennootschap van Koen in 2005 nog 2494,48 euro mocht storten in een Individuele Pensioentoezegging, zal de maximale premie voor 2011 nog slechts 524,60 euro bedragen. Heeft zijn verzekeraar daar rekening mee gehouden?"
Wat de fiscus weet
Het is belangrijk om de 80-regel na te leven. In het verleden had de fiscus problemen om dat te controleren, omdat het hem aan de nodige gegevens ontbrak. Maar die gegevens worden nu verzameld. "De staat heeft die taak toevertrouwd aan Sigedis (Sociale Individuele Gegevens - Données Individuelles Sociales), dat zich al bezighield met het verzamelen en controleren van de loopbaangegevens van werknemers. Binnenkort mogen we ons verwachten aan een hogere waakzaamheid vanwege de fiscus in die materie", legt de expert van BFO Family Office uit. "De regel moet strikt nageleefd worden, anders kunnen de premies die de toegelaten limiet overschrijden, niet langer afgetrokken worden."
Wat te doen?
Koen heeft er bij de onderschrijving van zijn Individuele Pensioentoezegging door zijn vennootschap voor gezorgd dat de 80%-regel nageleefd werd, maar dat betekent niet dat dat nu nog altijd het geval is. Met een premie van 2100 euro per jaar overschrijdt hij al een aantal jaren het toegelaten plafond. "De situatie van Koen is zeker geen alleenstaand geval", stelt Jean-Marie Bostyn vast. "Weinig belastingplichtigen gaan vandaag over tot een regelmatige evaluatie van hun bijdragen tot de tweede pensioenpijler. Wie zoals Koen gefixeerd is op een aanvaardbaar loon uitgekeerd door de vennootschap en daar lange tijd niets aan veranderd heeft, zit in een gelijkaardige situatie." Koen heeft twee mogelijkheden om uit de impasse te raken. "Hij kan het totaal van zijn bijdragen tot de tweede pijler verminderen", legt de expert van BFO Family Office uit. "In dat geval heeft hij er belang bij om de bijdragen tot zijn Individuele Pensioentoezegging af te bouwen. Die laatste is fiscaal gezien immers minder interessant dan het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen." Het alternatief is zijn salaris verhogen. Koen zal er dan wel over moeten waken dat de operatie geen fiscale afstraffing tot gevolg heeft. Een verhoging van zijn loon heeft alleen zin als het supplement van de aftrekbaarheid die daar het gevolg van is, de stijging van de globale fiscale last compenseert. ,,Als dat niet het geval is, kan hij beter kiezen voor de eerste oplossing", besluit Jean-Marie Bostyn .




Reacties
Nieuwe reactie inzenden