Verzekering – B.A.-Auto – Ongeval – Valse verklaring

Mijn cliënt werd slachtoffer van een verkeersongeval (weigering voorrang van rechts van tegenpartij).
Bij het opstellen van de ‘gemeenschappelijke ongevalaangifte’, vroeg tegenpartij aan mijn cliënt of hij er geen tegen bezwaar had dat een andere bestuurder dan hijzelf op de aangifte werd vermeld, wat mijn cliënt heeft aanvaard.
Door ik weet niet welk toeval, werd verzekeraar van mijn cliënt hiervan op de hoogte gebracht. Hij weigert zijn tussenkomst in R.D.R. en verwijst naar art.8 van de wet van 25.6.1992 op de landverzekeringsovereenkomst (weigering van dekking in geval van grove fout van de verzekerde zoals bepaald in de overeenkomst).
Mijn cliënt handelde in alle onschuld om tegen 7 D.A.S.-JOURNAAL • Juni - Juli 2009 partij een dienst te bewijzen en begrijpt de reactie van de verzekeraar niet.
Men moet absoluut twee zaken onderscheiden:
enerzijds, het ongeval zelf en anderzijds, de valse verklaring die na het ongeval tot stand kwam en vreemd is aan het ongeval zelf. De betrokken partijen hadden niet de intentie de verzekeraar te bedriegen om een vergoeding op te strijken. Zij wilden alleen vermijden dat tegenpartij niet werd opgezadeld met een verhaalvordering van zijn eigen verzekeraar.
De B.A.-Autoverzekeraar van uw cliënt beroept zich op de valse verklaring om zijn tussenkomst te weigeren en voert art.8 aan van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. Volgens ons is dit een misbruik. Volgens art.8 mag de verzekeraar immers zijn dekking weigeren aan eenieder die opzettelijk een schadegeval heeft veroorzaakt of voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald. Enerzijds, heeft uw cliënt niet opzettelijk een schadegeval
veroorzaakt en anderzijds, bepaalt de B.A.- Autoverzekering niet dat een valse verklaring een zware fout is. Bovendien mag een B.A.-Autoverzekeraar geen nietigheid, exceptie of verval aanvoeren om schadevergoeding van derde te weigeren.
Wij hadden eventueel de reactie van de verzekeraar kunnen begrijpen als beide partijen een valse verklaring hadden afgelegd over de omstandigheden van het ongeval (bv. een valse ongevalaangifte opstellen om een van de partijen te laten genieten van de tussenkomst van de verzekeraar). In dit geval kon verzekeraar de verzekering nietig verklaren wegens oplichting.
Maar de omstandigheden waarin de valse verklaring plaatsvond zijn helemaal anders aangezien ze na het ongeval werd gedaan (door de aanvaarding de ware identiteit van de bestuurder van het voertuig niet te vermelden).
Wij menen dat de B.A.-Autoverzekeraar verplicht is om in R.D.R. tussen te komen aangezien hij ten aanzien van uw cliënt over geen enkele geldige reden beschikt om zich van zijn verplichting vrij te maken. Het enige dat hij eventueel zou kunnen doen, is klacht indienen wegens ‘vervalsing’ en eventuele ‘medeplichtigheid’ van uw cliënt.
De verzekeraar van tegenpartij zou zich van zijn kant tegen de aansprakelijke bestuurder kunnen keren op grond van één van de verhaalmotieven bepaald in de modelovereenkomst (bv.: afwezigheid van geldig rijbewijs, bestuurder jonger dan 23 jaar, enz.).




Reacties
Nieuwe reactie inzenden