Wat is een dier waard ?

Of men het nu wil of niet, ons recht beschouwt een gezelschapsdier als een ‘roerend goed’, zoals blijkt uit art.528 van het Burgerlijk Wetboek: ‘Roerend uit hun aard zijn verplaatsbare zaken, zowel die welke zich zelf bewegen, zoals dieren, als die welke slechts van plaats kunnen veranderen door de werking van een vreemde kracht, zoals levenloze dingen’.
Sommigen zijn hierover verontwaardigd. Zij zijn van oordeel dat het dier de beste vriend van de mens is en bijgevolg moet gerangschikt worden onder de levende wezens met een bevoorrecht statuut. Misschien gebeurt dit ook in de toekomst en krijgen wij een ‘indicatieve tabel’ voor de lichamelijke letsels of het overlijden van dieren door de schuld van derden…
Ondertussen heeft onze rechtspraak niet veel houvast om de schade te bepalen van de eigenaar van een gewond of gedood dier door de schuld van een derde.
Gaat het om materiële of morele schade? Beide zijn mogelijk. De materiële schade is de handelswaarde van het dier in geval van overlijden evenals de door de eigenaar gemaakte kosten. De morele schade vertegenwoordigt de gevoelswaarde die een eigenaar aan zijn dier toekent, wat een groot deel van de rechtspraak betwist.
Enkele gerechtelijke beslissingen:
- Vredegerecht van Brasschaat 23.4.1986: voor een kat waarop een kind met een luchtbuks heeft geschoten en die het linkeroog verloor, wordt toegekend 1.900 BEF (verzorgingskosten) en 5.000 BEF (morele schade van de eigenaar);
- Correctionele rechtbank van Neufchâteau 21.6.1994: voor het verlies van een rashond wordt 88.670 BEF (aankoopprijs + fokkerij + voedsel + dierenarts, enz.) toegekend. Geen morele schade, de eigenaar bewijst niet dat het overlijden van de hond bij hem gezondheidsproblemen of andere heeft veroorzaakt (!);
- Burgerl. Nijvel 7.3.1997: voor het verlies van een paard dat 1 jaar eerder is gekocht, wordt toegekend 225.000 BEF (aankoopprijs), 17.552 BEF (dierenarts) en 5.000 BEF (verminderde genegenheidschade gecompenseerd door de aankoop van een nieuw dier);
- Beroep Bergen 24.3.1997: voor het verlies van een jachthond, wordt toegekend 25.000 BEF (aankoopprijs op de dag van het overlijden) en 15.000 BEF (morele schade);
- Beroep Gent 3.10.2002: voor het letsel van een renpaard, wordt toegekend € 8.676 (waardeverlies + winstverlies + dierenarts) maar verminderd met de restwaarde in het slachthuis. Geen morele schade!
- Burgerl. Nijvel 3.2.2003: voor het letsel van een recreatiepaard, wordt toegekend € 2.677 (gebruiksderving gedurende 6 maanden + verzorging + heropvoeding van het dier na invaliditeit). Geen morele schade!
- Burgerl. Brugge 7.2.2005: voor het verlies van een kleine rashond, wordt toegekend € 760 (terugkoopwaarde + dierenarts). Geen morele schade want gecompenseerd door aankoop van nieuwe hond!




Reacties
Nieuwe reactie inzenden