Wetsverzekering – Bewijs van arbeidsongeval

DAS

Op het einde van de dag verlaat mijn cliënt zijn kantoor en begeeft zich naar huis.

Hij gaat naar het Zuid station om er de trein te nemen. In het Centraal Station, stapt hij uit de trein om iets te drinken met de bedoeling tien minuten later de volgende trein naar huis in Leuven te nemen. Op de trap naar het perron, glijdt hij uit en raakt gewond.

Zijn verwondingen worden dezelfde dag door een arts vastgesteld.

Mijn cliënt heeft het ongeval niet onmiddellijk aangegeven aan zijn ‘Arbeidsongevallenverzekeraar’ maar doet dat twee maanden later !

De Arbeidsongevallenverzekeraar weigert het ongeval te dekken. Hij is van mening dat de informatie verstrekt door mijn cliënt niet volstaat om een arbeidsongeval te bewijzen.

Kan men dit standpunt betwisten? Kan men beroep doen op een arbitrageprocedure?

Het arbeidsongeval bewijzen staat hier centraal!

Art.7, al.2 en 9 van de wet van 10.4.1971 op de arbeidsongevallen (A.O.) regelen het dubbele vermoedenstelsel eigen aan arbeidsongevallen: 1°) het ongeval tijdens de uitvoering van de overeenkomst wordt, behoudens tegenbewijs, geacht als overkomen door het feit van de uitvoering van die overeenkomst en 2°) wanneer het bestaan van het letsel en een plotselinge gebeurtenis zijn aangewezen, wordt het letsel vermoed door een ongeval te zijn veroorzaakt.

Men kan bijgevolg stellen dat het slachtoffer alles bewezen heeft dat het moest bewijzen als het met zekerheid aantoont: 1°) de plotselinge gebeurtenis, 2°) het onvoorzien voorkomen tijdens het werk of op de weg naar en van het werk, en 3°) het letsel. Behoudens tegenbewijs wordt het letsel dan geacht door een ongeval te zijn veroorzaakt.

Deze wettelijke vermoedens zijn geldig tot het tegendeel wordt bewezen. De A.O. verzekeraar kan ze dus omkeren, hetzij door te bewijzen dat het letsel niet veroorzaakt werd door de plotselinge gebeurtenis (wat over het algemeen een medische expertise vergt), hetzij door te bewijzen dat de gebeurtenis geen enkel verband houdt met de uitvoering van de overeenkomst en zich niet voordeed door het feit van de uitvoering van deze overeenkomst, (wat over het algemeen ook een onderzoek vergt).

De wetsverzekeraar kan daarom de vermoedens omkeren als hij bewijst dat het ongeval zich niet voordeed op de weg naar en van het werk.

Aan de hand van zijn verklaring, lijkt wel degelijk dat het slachtoffer zich hier op de weg naar en van het werk bevond. Het hof van Cassatie erkent al lang dat het normale traject niet noodzakelijkerwijs een traject zonder omweg of een onafgebroken traject is. Volgens het hof heeft de werknemer recht op een marge van ontspanning die, als zij niet belangrijk is, verantwoord kan zijn door een ‘wettige reden’. Zijn normaal traject gedurende enkele minuten onderbreken om zijn dorst te lessen (een glas drinken) kan als een ‘wettige reden’ beschouwd worden.

Deed het ongeval (uitglijden) zich voor tijdens deze kleine onderbreking van het normale traject? Moeilijk te zeggen! In de ongevalaangifte twee maanden na het ongeval bestaat hierover twijfel. Bovendien is er geen getuige die de verklaring van het slachtoffer bevestigt…

Als de wetsverzekeraar weigert het ongeval te dekken, moet het slachtoffer naar de arbeidsrechtbank stappen, die soeverein zal oordelen. Een eenvoudige verklaring van het slachtoffer kan volstaan om het arbeidsongeval te bewijzen als de omstandigheden de verklaring staven en van dien aard blijken dat men ze moet beschouwen als ernstige, nauwkeurige en overeenstemmende vermoedens volgens art.1353 van het Burgerlijk Wetboek.

Een arbitrageprocedure is niet mogelijk.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.